Menu
“Met oprechte Vlaamsche groeten”
Collectie
maandag 11 augustus 2025
Geschreven door: Bart D’hondt

Op 19 oktober 1872 duikt ene Jozef, ook Gerard genaamd, Schoep op aan het gemeentehuis van Sint-Jans-Molenbeek. De kersverse vader stapt richting loket van de burgerlijke stand om er de geboorte van zijn zoon aan te geven. Schoep is eentalig Nederlands en wendt zich dan ook in zijn moedertaal tot de ambtenaar van dienst, die echter weigert zijn zoon in te schrijven. Aangiftes blijken immers enkel in het Frans te worden opgesteld en Schoep weigert om een voor hem onverstaanbare akte te ondertekenen.

Devant le juge

Beide partijen houden koppig vast aan hun standpunt en Schoep wordt voor de strafrechtbank gedaagd wegens het niet vervullen van zijn vaderlijke plichten, i.c. de reglementaire aangifte van zijn zoon. Op 13 februari 1873 wordt Schoep veroordeeld tot het betalen van een boete en de gerechtskosten. Dit vonnis valt in heel slechte aarde bij vele flaminganten en het conflict escaleert. Schoep tekent beroep aan en krijgt juridische bijstand van twee Vlaamsgezinde advocaten maar verliest opnieuw zijn proces. Gesteund door de Brusselse advocaat Edmond Picard wendt Schoep zich ten einde raad tot cassatie maar vangt ook daar bot. Een belangrijk deel van de Vlaamse advocatuur ontbindt daarop al zijn duivels en richt zich in een vlammende petitie tot de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zij eisen een wettelijke regeling voor het gebruik van de moedertaal in rechtszaken en dat sorteert effect. In de Kamer beginnen meer en meer politici aan te dringen op de versnelde behandeling van het wetsvoorstel Cooremans inzake het taalgebruik in rechtszaken dat reeds begin 1872 was ingediend in de Kamer, net voor de zaak Schoep losbrak.

Edmond Picard.

Een eerste taalwet

Het protest zwelt aan en op 29 juni 1873 organiseert de Brusselse maatschappij De Veldbloem, waarin Julius Hoste sr. een leidende rol speelt, een Vlaamse Landdag, een grote manifestatie ter ondersteuning van de hangende taalwet. Enkele duizenden manifestanten duiken op, demonstreren in de straten van de hoofdstad en wonen een grote meeting bij in de Alhambra-schouwburg, de toen grootste Brusselse theaterzaal. De druk op de regering neemt toe. Op 17 augustus 1873 wordt de wet Cooremans goedgekeurd, een belangrijke eerste stap naar de erkenning van het Nederlands als voertaal in Vlaanderen en Brussel.

Willemsfonds

In de brievencollectie van het algemeen bestuur van het Willemsfonds is over de protestactie uit 1873 helaas geen spoor terug te vinden. Edmond Picard contacteert Willemsfondsvoorzitter Julius Vuylsteke wel met de vraag of zijn pleidooi in de zaak Schoep kan worden uitgegeven door het Willemsfonds, maar Vuylsteke gaat daar niet op in. Een omzendbrief van de Veldbloem uit 1880 vindt wel zijn weg naar het Willemsfonds. In die brief wordt Vlaanderen opgeroepen om door te zetten en na de taalwetten van 1873 (rechtszaken) en 1878 (bestuurszaken) aan te dringen op een regeling voor onder meer het inschrijven bij de burgerlijke stand, wat eigenlijk nog steeds niet geregeld was. De zoon van Schoep, dé katalysator van het protest in 1872, is anno 1880 blijkbaar nog steeds niet ingeschreven geraakt in de registers van de burgerlijke stand!

Brief van de Veldbloem aan het Willemsfonds, 6 december 1880.

Schoep overlijdt in januari 1881, pas op 8 maart 1882 raakt zijn zoon na bemiddeling door de Veldbloem uiteindelijk geregulariseerd. Om dit te kunnen realiseren, wordt een steunfonds opgericht, het Schoepsfonds. Een belangrijke financiële bijdrage wordt geleverd door Hendrik Conscience. Die aanvaardt het erevoorzitterschap van het fonds en voorzitter Xavier Havermans publiceert een redevoering van Conscience voor de Koninklijke Academie van België op 11 mei 1881, voorafgegaan door een exposé over de zaak Schoep. Deze brochure wordt aan verzendingskost verspreid, maar in het kader van de verdere huldiging van Conscience in diezelfde maand, volgt de echte financiële actie. Het feestprogramma versierd met een door Thiriat op hout gesneden portret van Conscience word op 10.000 exemplaren gedrukt en ten voordele van het Schoepsfonds verkocht voor 10 cent, goed voor om en bij de 1.000 frank dus, een niet onaardig bedrag voor die tijd.

Hendrik Conscience over Jozef Schoup.

Er is uiteraard niet enkel de brievencollectie van het Willemsfonds. Zo geeft Paul Fredericq de zaak Schoep een belangrijke plaats in zijn Schets ener geschiedenis der Vlaamsche Beweging die hij in 1906 publiceert voor het Willemsfonds, met een ereplaats voor de Veldbloem met een nederig Willemsfonds op de achtergrond. Belangrijker is de pers.

Het nauw met het Willemsfonds gelieerde Volksbelang volgt de zaak vanaf november 1872 op de voet en brengt verslag uit over het proces, de acties die doorheen Vlaanderen worden georganiseerd en de symboolfunctie van het dossier voor de gelijkberechtiging van de landstalen. De opeenvolgende hoofdredacteurs Julius Vuylsteke en Paul Fredericq blazen echter afwisselend koud en warm als het gaat over mobilisatie en inzet. Als het leeuwendeel van de Franstalige pers (zoals de liberale Journal de Gand) en een deel van de conservatief Nederlandstalige pers zich smalend uitlaat over de eisen tot gelijkberechting van de landstalen, stellen ze zich soms activistisch op. Het Volksbelang veroordeelt dan de Fransch-dolheid van die collega-kranten in de strengste bewoordingen (29 maart 1873) en helpt op dat moment mee aan de creatie van een iconisch Vlaams martelaarschap van Schoep. Op andere momenten, wanneer bijvoorbeeld het Brusselse blad De Zweep van Julius Hoste sr. een tandje hoger wil schakelen, zoekt het Willemsfonds via het Volksbelang de luwte op. Op 12 april 1873 bijvoorbeeld schrijft de redactie “als hare [het Willemsfonds, red.] taak wordt opgegeven het behartigen van de maatschappelijke zijde van het Vlaamsche vraagstuk: de opvoeding en versterking van de volksgeest en dit bij middel van vreedzaam propagandawerk, hetwelk voorzeker niet strooken zou met het aanvoeren van de Vlaamsche politieke worsteling. Herhalen wij het dus: Elk zijne taak. Het Willemsfonds heeft op zijn eigen gebied genoeg te verrichten”. De zaak Schoep verhuist dan ook afhankelijk van het snel wisselende standpunt van het Willemsfonds tussen pagina twee of drie en de frontpagina.

In 1881, bij het overlijden van Schoep, is het stof al wat gaan liggen en wordt de impact van zijn weigering op de invoering van de taalwetten niet langer in vraag gesteld. Het Volksbelang steunt het initiatief van de Veldbloem om alsnog recht te laten geschieden ten volle, daarin zelfs bijgestaan door een deel van de Franstalige pers, waaronder La Flandre Libérale, waarin de steun aan het Schoepsfonds wordt aangemoedigd (23 juni 1881).

De zomermaanden zijn traditioneel een populair moment om te grijpen naar spannende verhalen, zoals detectives en true crime. Liberas sluit hierop aan met verhalen rond opmerkelijke historische misdaad- en rechtszaken uit de 19de en 20ste eeuw. Iedere week in juli en augustus verschijnt er een nieuwe tekst op de site.