In het archief van Het Laatste Nieuws-hoofdredacteur Marcel Stijns (1900-1967), bewaard in Liberas, zitten verscheidene persknipsels en kranten die de rechtszaak Liberace vs. Daily Mirror uit juni 1959 belichten. De zaak staat in de mediageschiedenis bekend als een cruciale strijd tegen laster en de bescherming van privacy.

In de vroege jaren 1950 was de Amerikaanse entertainer en pianist Liberace (1919-1987) een globaal fenomeen. Zijn optredens wekten zowel bewondering als speculatie op, omdat hij zo bekend stond wegens zijn flamboyante stijl. In 1956 publiceerde de Britse krant Daily Mirror een artikel waarin werd gesuggereerd dat Liberace homoseksueel zou zijn, een gevoelig onderwerp voor die tijd. In de jaren 1950 was homoseksualiteit, zowel in Engeland als de Verenigde Staten, strafbaar en zwaar gestigmatiseerd. Openlijke beleving van homoseksualiteit betekende vaak verlies van baan, reputatie en soms gevangenschap.
Een venijnige schrijver
Het artikel, geschreven door Daily Mirror columnist “Cassandra” (pseudoniem van William Connor, 1909-1967) insinueerde dat Liberace zijn publieke imago gebruikte om zijn seksuele geaardheid te verbergen, wat een potentieel schadelijk effect zou betekenen voor zijn carrière en persoonlijke leven. In de desbetreffende passage, wordt Liberace omschreven als: “…the summit of sex – the pinnacle of masculine, feminine and neuter. Everything that he, she and it can ever want… a deadly, winking, sniggering, snuggling, chromium-plated, scent-impregnated, luminous, quivering, giggling, fruit-flavoured, mincing, ice-covered heap of mother love.” (Daily Mirror, 26 september 1956)

Liberace reageerde met een rechtszaak tegen de Daily Mirror wegens laster, waarbij hij beweerde dat de beschuldigingen vals waren en zijn reputatie schaadden. Connor, die deze uitspraak verdedigde als een uiting van vrije mening, werd door Liberace’s advocaat Gilbert Beyfus (1885-1960) ervan beschuldigd een reputatie te hebben als een gewelddadige en venijnige schrijver.
Fruit-flavoured
De zaak draaide deels om het gebruik van de term “fruit-flavoured“, Amerikaanse straattaal voor “homoseksueel”. Connor ontkende dat hij wist wat dit taalgebruik betekende. In de rechtbank ontkende Liberace dan weer dat hij homoseksueel was en verklaarde: “I am against the practice because it offends convention and offends society” (Daily Mirror, 9 juni 1959, p. 13). Tot zijn dood in 1987 zou hij dat blijven ontkennen. Pas veel later in een interview in 2011 bevestigde actrice en Liberace’s goede vriendin Betty White dat hij wel degelijk homoseksueel was.
Vrije meningsuiting?
Het recht op vrijheid van meningsuiting had een speciale plaats binnen deze zaak. Zo zei Gerald Gardiner (1900-1990), de advocaat van de beschuldigden, bij aanvang van het proces dat het verweer van eerlijke commentaar de enige reden was waarom er in Engeland vrijheid van meningsuiting bestond. Hij beweerde dat het geen speciaal voorrecht was van kranten, maar het recht van elke burger om te zeggen wat hij of zij dacht over elke kwestie van openbaar belang: “a democracy cannot really work in any other way because public opinion had to be formed and public opinion grows out of expressions of differences of opinion” (Daily Mirror, 11 juni 1959, p. 4).

Media-aandacht
De zaak kreeg aanzienlijke media-aandacht, niet alleen omwille van Liberace zelf, maar ook door de vele beroemdheden die kwamen getuigen zoals actrice Cicely Courtneidge en de komediant Bob Monkhouse. Laatstgenoemde zorgde er volgens de Daily Mirror meermaals voor dat het aanwezige publiek in de rechtszaal in lachen uitbarstte.

De beschuldigde krant, kon tevens zelf met deze rechtszaak een slag thuis halen door er meerdere edities met sprekende krantenkoppen aan te wijden. Dagelijks berichtten Daily Mirror journalisten vanuit de rechtszaal over het proces.

Macht van beroemdheden
Een jury van tien mannen en twee vrouwen zou uiteindelijk in het voordeel van Liberace beslissen. Hij won de zaak en kreeg £8.000 schadevergoeding (een aanzienlijk bedrag in die tijd). “I cried all the way to the bank”, vertelde hij de verslaggevers.
De zaak Liberace vs. Daily Mirror blijft een klassiek voorbeeld in discussies over de macht van beroemdheden om de pers juridisch het zwijgen op te leggen. Ze versterkte de positie van zogenaamde sterren tegenover de pers: als de pers toespelingen maakte op iemands privéleven of karakter (zelfs via insinuaties en ironische termen), kon dat juridisch als smaad gelden. De zaak had zo verstrekkende gevolgen voor de manier waarop de media over “celebrities” berichtten en hoe de persoonlijke levenssfeer van publieke figuren werd beschermd.
Tegelijk toont de Liberace-zaak aan hoe smaadwetten destijds konden worden gebruikt om vrije meningsuiting te onderdrukken. Indirecte uitdrukkingen konden leiden tot een succesvolle schadeclaim. Het maakte duidelijk dat de rechter de bescherming van reputatie belangrijker vond dan de vrijheid van de pers om publiekelijke speculaties te maken. Kranten moesten dus veel voorzichtiger zijn met suggestieve taal en humor over beroemdheden.
Bronnen: voor het schrijven van deze tekst is beroep gedaan op tal van krantenartikels uit digitale collecties, op overzichtsartikels op diverse websites.
Noten:
Marcel Stijns was redacteur en hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws en Brussels correspondent voor de Britse krant The Times.
Homoseksualiteit
Het zou nog tot 1967 (Sexual Offences Act) duren voordat homoseksualiteit gedeeltelijk werd gedecriminaliseerd in Engeland en Wales. In de Verenigde Staten was dit pas veel later vanaf de jaren 1960–70 in enkele staten, en op federaal niveau pas in 2003 (Supreme Court: Lawrence v. Texas).
| De zomermaanden zijn traditioneel een populair moment om te grijpen naar spannende verhalen, zoals detectives en true crime. Liberas sluit hierop aan met verhalen rond opmerkelijke historische misdaad- en rechtszaken uit de 19de en 20ste eeuw. Iedere week in juli en augustus verschijnt er een nieuwe tekst op de site. |