Het Comiteit ter Bevordering van de Nederlandse Zang ontstond in 1886 binnen het Willemsfonds, in een periode waarin de Vlaamse beweging sterk inzette op de vernederlandsing van cultuur en maatschappelijk leven. Terwijl het muzikale landschap in Vlaanderen tot ver in de 19de eeuw overwegend Frans georiënteerd was, wilden het Willemsfonds en het Comiteit een volwaardig Nederlandstalig zangrepertoire uitbouwen. Het Comiteit had als bedoeling om oorspronkelijke liederen op Nederlandstalige teksten te laten componeren en te publiceren, componisten en dichters aan te moedigen om in het Nederlands te werken en zowel zangers, koren als het Nederlandstalig zangonderwijs te stimuleren. Daarnaast trachtte het via concerten, wedstrijden en liederavonden de verspreiding van het Vlaamse lied te bevorderen.
De belangrijkste realisatie van het Comiteit was de jaarlijkse uitgave van de Nederlandse Zangstukken, die tussen 1886 en 1955 zestig reeksen zouden omvatten, samen goed voor bijna vijfhonderd liederen. Dankzij die reeks groeide een repertoire van kunstliederen en volksliederen dat decennialang in Vlaanderen gebruikt werd. Prominente figuren uit de Vlaamse muziek- en cultuurwereld maakten deel uit van het bestuur, onder wie componisten als Peter Benoit, Jan Blockx en Florimond van Duyse, en schrijvers en academici zoals Pol De Mont en Paul Fredericq. Hun aanwezigheid gaf het Comiteit aanzien en invloed binnen de bredere Vlaamse cultuurwereld. Naast de publicaties organiseerde het Comiteit wedstrijden, ondersteunde het lokale uitvoeringen van de liederen en stimuleerde het liederavonden die vanaf het begin van de 20ste eeuw bijzonder populair werden.

Na de Eerste Wereldoorlog bloeide de liedbeweging opnieuw op, maar vanaf de jaren 1930 kreeg het Comiteit te maken met economische problemen, veranderende muzikale voorkeuren en later ook de politieke gevoeligheid rond het Vlaamse volkslied. De uitgave van bladmuziek werd almaar moeilijker en het Willemsfonds bouwde zijn uitgeversactiviteiten terug af. In 1955 verscheen de laatste reeks Nederlandse Zangstukken, en in 1959 volgde nog een bundel voor scholen; kort nadien doofde de werking van het Comiteit geruisloos uit. Het archief van het Comiteit, dat de volledige periode 1886–1959 omvat, wordt vandaag bewaard bij Liberas en vormt een belangrijke bron voor onderzoek naar de Vlaamse muziekgeschiedenis, het koorleven en de rol van culturele organisaties binnen de Vlaamse beweging.
Recent is binnen Liberas gestart met de digitalisering en ontsluiting van de briefwisseling van het Comiteit, een omvangrijke en inhoudelijk rijke collectie. De uitgaande briefwisseling van 1887 tot 1905 werd in het verleden al beschreven door medewerkers van Liberas en deze beschrijvingen zijn inmiddels opgeladen in het collectiebeheersysteem Atlantis. Daardoor zijn ongeveer 3.079 uitgaande brieven vandaag reeds doorzoekbaar via de website van Liberas. Voor de inkomende briefwisseling uit de periode 1887 tot 1923 bestonden tot nu toe enkel steekkaarten die ooit door studenten als oefening waren opgesteld. Een vrijwilliger van Liberas is deze kaarten momenteel aan het overtikken in Excel zodat ook deze beschrijvingen binnenkort geïntegreerd kunnen worden in Atlantis. Naar schatting gaat het om ongeveer 4.000 inkomende brieven.

Tegelijk wordt de inkomende briefwisseling zelf systematisch gedigitaliseerd. Een tweede vrijwilliger scant de brieven één voor één, waarna de digitale beelden aan de nieuwe beschrijvingen gekoppeld zullen worden. Op die manier worden de documenten niet alleen vindbaar, maar ook daadwerkelijk leesbaar in hun volledige vorm. Er wordt bovendien onderzocht of op termijn ook de uitgaande briefwisseling kan worden gedigitaliseerd, zodat de volledige correspondentie van het Comiteit duurzaam bewaard en online raadpleegbaar wordt gemaakt.
Meer lezen:
Descheemaeker, Kim. (2019). De Vlaamse beweging en muziek: het archief van het Comiteit ter Bevordering van de Nederlandse Zang (1886-1959), in: WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging. 78. 64-80. 10.21825/wt.v78i1.15721.